Meer dan helft ouders wil aankoop huis sponsoren

15 maart 2016
Teaser: 

Iets meer dan de helft van de ouders wil financieel bijspringen als hun kinderen een woning kopen. Amper 15 procent zegt expliciet dat niet te willen. Dat blijkt uit een onderzoek in het kader van de Week van het Geld, een initiatief van wikifin.be in samenwerking met De Tijd en Radio 1, bij 1.088 ouders met inwonende studerende kinderen vanaf zes jaar.

Het percentage ouders dat aangeeft de kinderen niet te willen sponsoren varieert niet. Maar het aantal dat expliciet zegt de kinderen te willen ruggensteunen daalt licht met de leeftijd terwijl de groep twijfelaars een beetje groter wordt. Dat oudere ouders iets vaker dan jonge ouders twijfelen, kan te maken hebben met hun eigen financiële ruimte of het gebrek daaraan.

Meer dan vroeger

Notarissen beamen dat ouders vaker dan vroeger bijspringen als zoon of dochter een woning koopt. 'Het is onmiskenbaar dat kinderen meer geholpen worden door hun ouders dan een aantal jaar geleden', zegt de ene. 'Het gebeurt in 15 tot 20 procent van de gevallen', schat de andere. 'Meestal springen ze bij ten bedrage van de aktekosten, het voorschot of de eigen inbreng. Dus enkele duizenden tot enkele tienduizenden euro's'.

Eigen inbreng

'Jongeren onder de dertig lenen gemiddeld 86 procent van de waarde van een woning. De persoonlijke inbreng bedraagt gemiddeld 50.000 euro', zegt marktleider BNP Paribas Fortis. BNPP Fortis is goed voor een kwart van alle in België afgesloten woonkredieten. Sponsoring door de ouders is dan ook vaak welgekomen. Zelfs jongeren met een goed diploma en mooi vast inkomen, hebben niet zo snel 50.000 euro bij elkaar gespaard.

Ultralage rente

Ouders met een appeltje voor de dorst achter de hand hebben dan weer het omgekeerde probleem. Vanwege de ultralage rente brengt hun spaargeld niets meer op. 'Zij die het kunnen, investeren daarom liever (een deel van) hun spaargeld in een woning voor de kinderen, zodat die een goede start kunnen maken,' zegt Isabelle Vermeir van het makelaarsnetwerk Century 21.

Bron: De Tijd

Share: