Kan de verhuurder de huurovereenkomst voor een hoofdverblijfplaats zomaar opzeggen?

Neen.

De verhuurder kan de huurovereenkomst niet zomaar opzeggen, maar moet zich schikken naar de bepalingen van de woninghuurwet. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naargelang het type van de huurovereenkomst.

Standaardhuur (negen jaar):

De verhuurder kan slechts opzeggen in drie gevallen:

  • Omdat hij of een naast familielid de woning zelf wil betrekken. Hij moet wel een opzegtermijn van zes maanden respecteren.
  • Omdat hij omvangrijke verbouwingswerken wil uitvoeren. Dit kan enkel tegen het verstrijken van eerste en tweede driejarige periode. Ook hier moet hij een opzegtermijn van zes maanden respecteren.
  • Zonder reden, mits betaling van een wettelijk bepaalde schadevergoeding. Dit kan enkel tegen het verstrijken van de eerste en tweede driejarige periode. Ook hier moet hij een opzegtermijn van zes maanden respecteren.

Dit geldt ook voor de huurovereenkomst van lange duur (langer dan negen jaar).

Huurovereenkomst van korte duur (drie jaar of minder):

De verhuurder kan deze huurovereenkomst niet zomaar vervroegd opzeggen, tenzij contractueel anders werd overeengekomen.

Levenslange huur:

De verhuurder kan niet vroegtijdig opzeggen, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald in de huurovereenkomst. Zo kunnen de partijen in de huurovereenkomst voorzien dat de verhuurder de huur kan opzeggen omdat hij zelf het pand wil bewonen of omdat hij de woning grondig wil verbouwen.